De Nederlandse Kafka-kring

Had Kafka een hond?

Vorig jaar verscheen bij De Arbeiderspers de roman Kafka is dood van Thijs Feuth. Niet alleen de titel verwijst naar Kafka. Op de achterkant van het boek staat: ‘Kafka is dood is een magisch-realistische roman over eenzaamheid en vervreemding, een absurdistische vertelling die herinneringen oproept aan Kafka, Galeano en Bordewijk’.

Deze roman heeft terecht goede recensies gekregen en is de moeite van het lezen waard. Mij gaat het hier om de verbinding met Kafka. Bij JP, de hoofdfiguur, hij woont vrij eenzaam aan de westkust van Ierland, komt een hond aangelopen die Kafka wordt genoemd omdat hij een blaffend geluid maakt, Kaf-kaf!, dat aan die naam doet denken.

Kafka gaat dood en daarna ‘voltrok zich een hoogst merkwaardig proces’. JP, die zich aan Kafka heeft gehecht, voelt zich steeds meer een hond en gaat zich ook zo gedragen. Eerst is hij nog een hond in een mensenlichaam maar langzaam maar zeker verandert zijn lichaam in dat van een hond. ‘Sinds mensenheugenis spraken gedaantewisselingen tot de verbeelding’ denkt JP, ‘kon het zijn dat hij een van velen was?’. Het laatste hoofdstuk heeft als titel De gedaanteverwisseling. Bij die verwijzing blijft het niet. Feuth heeft ook nog eens teksten van Kafka voor de drie hoofdstukken geplaatst en tenslotte citeert hij aan het eind van zijn boek de laatste zin uit Der Prozess: ‘Wie ein Hund!’ sagte er, es war, als sollte die Scham ihn überleben.

Net als in Die Verwandlung gaat bij Feuth de gedaanteverwisseling van mens naar dier. Men denkt ook al gauw aan Kafka’s in 1922 postuum verschenen verhaal Forschungen eines Hundes. Maar van een gedaanteverwisseling is in dat verhaal geen sprake. Wel is een hond aan het woord die een fraaie en vaak geciteerde opmerking maakt: ‘Alles wissen, die Gesamtheit aller Fragen und alle Antworten sind im Hund enthalten.’

Op een foto uit 1907 of 1908 is Kafka te zien met Hansi Julie Szokoll. Hansi werkte in een van de wijnlokalen van Praag en Kafka onderhield met haar gedurende enige tijd een intieme relatie. Tussen hen in zit een hond. Die foto wordt nogal eens afgedrukt zonder Hansi waardoor de indruk kan ontstaan dat de hond van Kafka was. Voor zover ik kon nagaan, staat allerminst vast van wie die hond kan zijn geweest.

Toch zijn er aanwijzingen dat Kafka een hond heeft gehad maar dan moeten we teruggaan naar 1904. Augustus van dat jaar schrijft Kafka aan Max Brod:

Op een wandeling betrapte mijn hond een mol die de weg over wilde steken. Hij besprong hem steeds weer en liet hem dan weer los, want hij is nog jong en vreesachtig. ….

Mein Hund’, schrijft Kafka. Het lijkt er dus op dat Kafka in die tijd een hond had. Verder heb ik daarover maar weinig kunnen achterhalen. Niels Bokhove wees mij erop dat in het boekje ‘Als Kafka mir entgegenkam …’ een herinnering staat van Anna Pouzarová die bij de familie Kafka in dienst was. Pouzarová vertelt dat de zusters van Kafka op een dag ‘ein kleines Hündchen – einen Foxl – mitbrachten’. Niet is vermeld dat Kafka, die toen 19 jaar oud was, zich over die door zijn jongere zusters meegebrachte hond heeft ontfermd of in het bijzonder voor die hond heeft gezorgd. Wel kan worden geconcludeerd dat de zusters van Kafka van honden hielden. Dat vindt een zekere bevestiging in het nieuwe boek van Hartmut Binder, Gestern Abend im Café. Kafkas versunkene Welt der Prager Kaffeehäuser und Nachtlokale. Daarin staat zonder verder commentaar een foto van een al iets oudere Ottla met twee honden. Kennelijk gaat het om een foto uit 1916 of daaromtrent.

Ook Kafka stond zeker niet afwijzend tegenover honden. Zo schrijft Kafka op 27 juli 1922, hij was toen in Planá: ‘Gisteren avondwandeling met de hond. Tvrz Sedlec.’ Stach vermeldt in zijn biografie dat Kafka in Planá bijna iedere avond een wandeling maakte, ‘begleitet vom schwarz gefleckten Hund der Hauswirtin’. Hij kwam al wandelend tot de vesting Sedlec. Maar het was dus niet een eigen hond.

Ook in de aforismen van Kafka is enkele malen sprake van een hond. Onder meer op 21 oktober 1917. Dat aforisme ontbrak in de eerste publicatie van Max Brod uit 1937. Brod liet het weg als te ‘abstossend’. Zie daarover ‘Du bist die Aufgabe’, het onder die titel gepubliceerde commentaar op de aforismen van de hand van Reiner Stach. De aantekening van Kafka begint zo: ‘Eine stinkende Hündin, reichliche Kindergebärerin, stellenderweise schon faulend, die aber in meiner Kindheit mir alles war, die in Treue unaufhörlich mir folgt …’

Deze tekst geeft natuurlijk niet zonder meer een antwoord op de vraag of Kafka een eigen hond heeft gehad. En evenmin of deze hond een eeuw later in Ierland weer kwam aanlopen en zich als Kafka bekend heeft gemaakt. Wat een andere schrijver heeft opgemerkt.

LF oktober 2021