De Nederlandse Kafka-kring

Kafka’s donkere ogen

Dunkle Augen

Het is zeker geen wereldprobleem, maar dat neemt niet weg dat de kleur van Franz Kafka’s ogen al heel lang onduidelijk, zo niet een waar mysterie is. Ze zouden in elk geval grijs geweest zijn, maar er zijn vele tinten grijs. In allerlei documenten komen nuances voor als ‘staalgrijs’ en ‘donkerblauwgrijs’, maar verrassenderwijs ook blauw, bruin, donker en zwart. Ze waren dus in elk geval donker.

En zo kijken ook Kafka’s ogen van de portrettekening door Cornelia Gyárfás op het omslag van Kafkas dunkle Augen van Astrid Dehe en Achim Engstler de lezer aan. De onzekerheid over Kafka’s oogkleur uit zich, aldus hun voorwoord, ook in zijn lichaamshouding — een ietwat geforceerde associatie, lijkt me —, maar dan ook, wat mij betreft, in onze onzekerheid over wat Kafka voorhad met zijn proza.

Al eerder, in 2011, publiceerde dit duo Kafkas komische Seiten. Het is een verzameling soms vrij lange citaten uit Kafka’s oeuvre, waarin Dehe en Engstler telkens in hun relatief langere kommentaar geprobeerd hebben het komische element te ontdekken. Met deze benadering trachtten ze het hunne bij te dragen aan de bestrijding van het zwaarmoedige beeld dat veel mensen nog steeds van Kafka’s werk hebben.

Hetzelfde procédé hebben Dehe en Engstler min of meer in Kafkas dunkle Augen toegepast. Dat wil zeggen: ook nu hebben ze circa vijfentwintig — nu veel kortere — citaten geselecteerd, waarbij ze weer commentaren leveren. Een relatief groot deel van die citaten komt uit de zgn. ‘Zürauer Texte‘ van 1917-18, die overwegend van levensbeschouwelijke aard zijn. Geen wonder dat de commentaren overpeinzingen met een verwante teneur zijn, waarbij het duo vaak verrassende verbanden weet te leggen met andere uitspraken van Kafka. Zo verwijst het bij de passage ‘Von einem gewissen Punkt gibt es keine Rückkehr mehr. Dieser Punkt ist zu erreichen’ naar de Griekse Hadesmythologie, met name de Kokytos, de rivier van het weeklagen. (Je kunt hierbij natuurlijk mede denken aan de mythen zoals over Orpheus en Eurydice, maar ook het bijbelverhaal over Lot die in een zoutpilaar verandert.) En terecht, want Kafka liet zich vaker inspireren door die verhalen — denk aan Odysseus in ‘Das Schweigen der Sirenen’ en Prometheus en Poseidon in de gelijknamige verhalen. En bij het raadselachtige ‘Wie ein Weg im Herbst: kaum ist er rein gekehrt, bedeckt er sich wieder mit den trockenen Blättern’ denken ze in eerste instantie aan Kafka’s wandelingen in het landelijke Zürau, maar ook aan zijn bijna metafysische thema van de duidelijk afzienbare weg die nog in geen eeuwigheid afgelegd kan worden.

Een praktisch nadeel van deze uitgave is helaas dat die kennelijk via printing on command is gemaakt, met als gevolg dat het boek krachtig de neiging heeft zich steeds te sluiten, alsof het niet wil dat je erin leest. De rug is niet soepel. Dat lijkt me niet handig, als je het vaak raadselachtige werk van Kafka juist wil ontsluiten en verhelderen. — Niels Bokhove

Astrid Dehe & Achim Engstler, Kafkas dunkle Augen. Bernstein-Verlag, Bonn 2015. ISBN 978-3-939431-96-1. 161 pp., € 19,80.