De Nederlandse Kafka-kring

 

Canetti: ‘Seit langem ist Kafka mein eigentlicher Dichter’[i]

In zijn toespraak bij het in ontvangst nemen van de Nobelprijs noemde Canetti vier schrijvers ‘von denen ich mich nicht zu trennen vermag’. Als tweede Franz Kafka, ‘dem es gegeben war, sich ins Kleine zu verwandeln und sich so der Macht zu entziehen. In diese lebenslange Lehre, die die notwendigste von allen war, bin ich bei ihm gegangen’.[ii]

Enige tijd geleden is verschenen Elias Canetti, Prozesse / Über Franz Kafka[iii] met een inleiding van de hand van Susanne Lüdemann. In deze uitgave staat het bekende boekje uit 1968, Der andere Prozess, Kafkas Briefe an Felice, uitgebreid met diverse opstellen en met de vele Aufzeichnungen waarin Canetti zich over Kafka heeft uitgelaten. Vooral de aantekeningen uit 1967 en 1968 zijn belangrijk omdat Canetti zich toen ter voorbereiding van Der andere Prozess indringend met Kafka heeft beziggehouden. De thans gepubliceerde aantekeningen had Canetti voor een belangrijk deel niet in eerdere bundels met Aufzeichnungen gepubliceerd. Deze alsnog toegankelijk gemaakte aantekeningen geven niet alleen een inkijk in het ontstaan van Der andere Prozess maar bieden ook in ruimere zin meer zicht op Canetti’s interpretatie van het werk van Kafka.

Net als Paul Celan[iv] ziet ook Canetti Kafka als zijn bondgenoot bij het schrijven. ‘Er ist mein kostbarster Bundesgenosse gegen die Macht’, noteert hij. Bij Kafka vindt Canetti ‘den ungeheuren Ernst der Besessenheit durch Schreiben’. ‘Rette mich, Kafka’, roept hij zelfs uit in een van zijn Aufzeichnungen, waarna hij vervolgt: ‘Auch mir ist Schreiben ein Gebet, das einzige, das ich kenne’.

Canetti en Celan hebben elkaar april 1969 in Parijs ontmoet zoals blijkt uit een brief van Canetti aan Celan.[v] Zij hebben toen ook over Kafka gesproken. Canetti tekent daarover op: ‘Er lässt sich gelten, beansprucht aber Kafka entschieden als Juden’. De datum van de ontmoeting, ongeveer een jaar voor de zelfmoord van Celan, is van belang. Celan zocht toen steun bij Canetti (‘er wollte Hilfe’, schrijft Canetti).[vi] Die steun, meende Celan, vond hij niet bij Canetti. Tot zijn verdediging voert Canetti aan dat hij zich tegenover Celan tactvol wilde opstellen. Jaren later, in 1990, heeft Canetti zich in niet mis te verstane bewoordingen buitengewoon negatief over Celan uitgelaten. ‘Celan als martelaar vervult me met afkeer’, schrijft Canetti.[vii]
   Voor het evenwicht mag misschien gelden dat bij Canetti een zekere schroom valt te constateren om zich in directe bewoordingen over de Sjoa uit te laten wat naar het zich laat aanzien samenhangt met een gevoel van schuld tegenover degenen die het in die tijd zoveel moeilijker hadden dan hijzelf. Bij Celan ziet Canetti die schroom niet.
   Misschien gaat het verder dan schroom. ‘Alles Jüdische erfüllt mich mit Furcht, weil ich ihm verfallen könnte’, schrijft Canetti. De invloed van de chassidische verhalen op de kortere stukken van Kafka bevalt hem niet. Niettemin ziet ook Canetti wel in dat Kafka Kafka is geworden ‘dank seiner jüdischen Herkunft’ maar, meent hij, ‘ihn auf sein Judentum zu reduzieren’ zou hem tekortdoen.

Bovendien merkt Canetti in zijn Aufzeichnungen op: ‘Eine Deutung von Kafkas Werken wird nie möglich sein. Darin besteht ihr Wert, dass jede Deutung ihren Atem abschnürrt.’ Niettemin kiest Canetti voor een uitleg van Het proces die nauw aansluit bij de brieven van Kafka aan Felice Bauer. ‘Die Beziehung zu Felice mündet in den “Prozess”, sie ist eine Art von Lehrzeit für diesen.’ Deze sterk biografische uitleg van Het proces is een van de zes mogelijke interpretaties die in het Kafka Handbuch[viii] worden onderscheiden. Niet vergeten moet worden dat Kafka zijn literaire werk daar bovenuit heeft getild en de interpretatie daarvan heeft opengelaten.
   Voor Canetti geldt, net als voor Celan, dat hij bij het lezen en interpreteren steeds ook zichzelf betrekt.[ix] ‘Es ist undenkbar, dass seine Prozesse nicht eigene in mir auslösen’, schrijft hij. En dat kleurt dan ook de aspecten die Canetti in zijn rede in Stockholm benoemt. In dit verband enkele citaten:

 Ein einziges Mittel der Befreiung besitzt er: die Verwandlung ins Kleine.

Canetti houdt daarom het meest van Die Verwandlung en Ein Hungerkünstler.

Durch Verwandlung ins Kleine entzieht er sich der Übermacht, er schwindet durch Hungern, wenn er kaum mehr da ist, ist er auch nicht zu ergreifen.

Das eigentümlichste an Kafka, die wahre Substanz seiner Dichtung ist seine Methode – anders lässt es sich schwer bezeichnen -, sich der Macht zu entziehen. Sie geht Hand in Hand mit seiner Gabe für die Verwandlung ins Kleine.

Canetti erkent dat hij in dit opzicht nogal van Kafka verschilt. Canetti schaamt zich als hij Kafka leest. Hij schaamt zich over zijn sterke kanten. Anders dan Kafka is hij bij het eten niet kieskeurig, hij is vaak gelukkig en heeft aangename liefdesbetrekkingen. Hij leeft ook al veel langer dan Kafka. Kortom, Canetti behoort tot ‘den Berühmten und Bevorzugten der Erde.’

Niettemin Kafka ‘täuscht sich über das Mass seiner Kraft’. Uitgebreider zegt Canetti het zo:

Wenn man einmal weiss, was Kafkas eigentlicher Gegenstand ist, sein Anliegen, seine Substanz, seine private Qual, sein Zusammenhang mit der Welt, sein Versagen, sein Bedenken, seine Selbstquälerei, seine Hypochondrie, sein Scheitern, seine Krankheit, sein Tod: die Macht, so legt sich sein Werk für den Beschauer auseinander und öffnet sich zu einer Klarheit, wie kein anderes Werk unsrer Zeit besitzt.

(…) Vielleicht ist es die Vollständigkeit seiner Befassung mit Macht, die zu den Misdeutungen seines Werkes führen musste.

Canetti heeft zich, schreef ik al, vrij lang en zeer intensief met Kafka beziggehouden. In deze niet eerder gepubliceerde Aufzeichnungen deelt hij met ons zoekenderwijs zijn bevindingen bij het lezen van Kafka. Niet altijd zo rechtlijnig als in Der  andere Prozess, Kafkas Briefe an Felice. Hij wikt en weegt. Soms opent hij vergezichten. Soms irriteert hij.

Het is niet altijd ‘mijn’ Kafka die ik bij Canetti tegenkom maar de neerslag van het leesproces van Canetti helpt om de eigen relatie met Kafka tegen het licht te houden. Sympathiek zijn zinnen als: ‘Mit Kafka möchte ich nie fertig werden, ich könnte es auch nicht.’ ‘Du hast dich in seine Nähe gestellt und dir damit etwas angemasst, das ist alles.’

Grete Bloch vindt Canetti ‘eine unvergleichlich interessantere Figur als Felice’. Later schrijft hij zelfs: ‘Ich hätt’ mich nicht in sie verlieben sollen’[x], wat mooi laat zien dat Canetti in de Aufzeichnungen vaak een persoonlijke noot toevoegt wanneer hij zich rekenschap geeft van wat hij leest. Dat neemt me voor Canetti in.
   Over Grete Bloch schrijft Canetti ook: ‘Man empfindet sie als eine Vorläuferin der Milena in seinem Leben’. Later herleest Canetti de brieven aan Milena Jesenská en hij verzucht dat het maar goed is dat hij die brieven nog niet kende toen hij de brieven aan Felice las. De brieven aan Milena herlezend prijst hij ‘Ihre präzise Einsicht.’ Ik haal dit aan omdat een uitgebreide versie van de feuilletons en reportages van Milena Jesenská is verschenen waarover binnenkort meer.[xi]

Tot slot. Canetti wist dat hij wat te zeggen had. Het is mij gelukt, schreef hij over zijn boek Masse und Macht, deze eeuw ‘an den Gurgel zu packen’. In 1917 uitte Kafka zich zo:

Ich habe von den Erfordernissen des Lebens gar nichts mitgebracht, so viel ich weiss, sondern nur die allgemeine menschliche Schwäche, mit dieser – in dieser Hinsicht ist es eine riesenhafte Kraft – habe ich das Negative meiner Zeit, die mir ja sehr nahe ist, die ich nie zu bekämpfen sondern gewissermassen zu vertreten das Recht habe, kräftig aufgenommen.

Het is de vraag hoe dit zich verhoudt met wat Canetti in Stockhom over Kafka zei. In ieder geval geeft Canetti de lezer van Prozesse / Über Franz Kafka de nodige stof om hierover na te denken.

[i] Aantekening van 17.7.1965. Deze opmerking komt in bijna gelijke bewoordingen terug in een aantekening van 13.11.1968.
[ii] Elias Canetti, Aufsätze, Reden, Gespräche, Hanser 2005.
[iii] Elias Canetti, Prozesse / Über Franz Kafka, Hanser 2019.
[iv] Zie mijn recensie vorige maand van “Vom Anblick der Amseln”, Paul Celans Kafka-Rezeption, het boek van Florian Welling, Wallstein 2019.
[v] Elias Canetti, Ich erwarte von Ihnen viel (Briefe), Fischer 2020. In bedoelde brief is sprake van een daaraan voorafgegane brief van Celan aan Canetti. In de nieuwe uitgave van de brieven van Celan heb ik die brief of een andere brief van Celan aan Canetti niet aangetroffen (Paul Celan, Etwas ganz und gar Persönliches, Briefe 1934-1970, Suhrkamp 2019).
[vi] Wie geïnteresseerd is over de hulp die Celan bij andere schrijvers zocht: Een dramatische liefde, Briefwisseling Ingeborg Bachmann – Paul Celan, Meulenhoff 2010.
[vii] In uitgebreidere vorm terug te vinden in Het boek tegen de dood, privé-domein 2016. Het is een bepaald akelige tekst van Canetti.
[viii] Kafka Handbuch, Leben- Werk – Wirkung, uitgegeven door Manfred Engel en Bernd Auerochs, J.B. Metzler 2010.
[ix] In mijn boekje met columns over Kafka, Op het balkon van de elektrische tram, Amphora Books 2015, spreek ik daarom voorzichtigheidshalve over ‘mijn Kafka’.
[x] Ik heb om dat na te voelen de 28 brieven aan Grete Bloch nog eens nagelezen maar nu achter elkaar, zoals in 2011 onder de titel Geteilte Post uitgegeven door Hans-Gerd Koch. In het nawoord van Koch kan men kort nalezen hoe haar leven is verlopen, een leven dat in 1944 in Auschwitz een einde vond.
[xi] Milena Jesenská, Prager Hinterhöfe im Früling, Feuilletons und Reportagen 1919-1939, uitgegeven door Alena Wagberová, Wallstein 2020.